Ik schrijf zelf ook wel eens wat: Mevrouw Braam

Een jaar of drie geleden volgde ik een schrijfcursus. Ik kwam de oude verhalen die ik toen heb geschreven tegen en ik vind het zonde om ze te laten verstoffen. Vandaag het eerste verhaal!

Mevrouw Braam

Mevrouw Braam opende haar ogen en besefte dat dit plafond eigenlijk niet veel verschilde met het vorige. Even wit en dezelfde grove structuur. Maar toch was er een verschil nu de eerste zonnestralen niet meer van de zijkant kwamen. Voorzichtig draaide ze haar hoofd, om te ontdekken dat de klok er nog niet hing. Er zat niets anders op dan doodstil te blijven liggen tot één of ander zustertje haar uit bed zou komen takelen. Want zo gaan die dingen tegenwoordig en zo ging het een uur later dan ook.

Een vrouw van in de veertig, bijna vierkant, met typisch stekeltjesrood haar kwam zuchtend binnen en wenste mevrouw Braam binnensmonds een goedemorgen. Ze trok wat kleren uit de kast in een combinatie waardoor je zou verwachten dat ze kleurenblind was, kleedde vervolgens haar patiënte om, schoof haar in een grote doek om haar van het bed in een kolossale rolstoel te tillen en reed de oude vrouw sloffend op haar Crocs naar het ontbijt, waarna ze zonder iets te zeggen vertrok.

Mevrouw Braam bekeek de gedekte tafel met verschillende soorten brood en een mand vol beleg. Tegenover haar kwam een oude man zitten. Hij had een lapje voor zijn linker oog en miste de helft van zijn gebit. Dit moest meneer De Blauw zijn. Toen de huiskamer gevuld was met smakkende bejaarden, stelde een jong meisje zich voor als Lianne. Intussen bestudeerde mevrouw Braam de omgeving nauwkeurig, met haar ogen vooral op de oude man voor haar gericht.

‘Uw dochter zei al dat u graag mensen observeert’, lachte Lianne terwijl ze een boterham met marmelade smeerde.
‘Ach, die zegt wel meer’, antwoordde mevrouw Braam chagrijnig.
‘Oh, mevrouw, uw kaakspieren zijn volgens mij de enige die nog werken bij u, misschien kunt u ze gebruiken om iets aardigs te zeggen. Uw dochter komt vandaag ten slotte langs om te kijken hoe het u hier bevalt. Weet u wel hoeveel mensen er nooit visite krijgen?’ En nog voor mevrouw Braam iets kon zeggen stopte Lianne een stuk brood in haar mond.

Na twee boterhammen en koffie door een rietje werd de bejaarde vrouw naar haar kamer gebracht. Met bungelde benen en de handen gebald op schoot kon ze niets anders dan uit het raam staren zonder zich bewust te zijn van de tijd. Ze droomde weg op het ritselen van de nieuwe groene blaadjes aan de boom toen ze opeens wakker werd van getik. Het was een man, die als een eerste geliefde steentjes tegen het raam op de eerste verdieping gooide. Nogmaals gooide hij een kiezeltje. Voorzichtig keek mevrouw Braam om. Ze rekte zich uit en stapte uit haar rolstoel. Voor de zekerheid duwde ze het gigantische ding op wielen dichter naar het raam. De man keek haar recht aan. ‘Ja, ja…rustig maar.’ Zei ze in zichzelf tegen haar gast. Vervolgens trok ze aan een hendel waardoor het raam openklapte. Snel sprong ze weer in haar stoel voor het geval dat iemand het zou hebben gehoord. Intussen klom de man omhoog via de regenpijp en glipte door het raam naar binnen. Hij klopte zijn handen schoon en gaf mevrouw Braam, die weer braaf in haar rolstoel zat, een hand.
‘Aangenaam kennis te maken Truus. Ik ben René.’
‘Truus?!’, gilde mevrouw Braam zo stil mogelijk tegen de man. ‘We zouden mijn codenaam gebruiken!’
‘Sorry, Tina Braam’, klonk René beduusd. ‘Kunnen we even praten?’
‘Hoe laat is het? Want mijn dochter komt zo’, fluisterde de vrouw.
‘Ik houd het kort’, zei de man. ‘Meneer De Blauw heeft in de tweede oorlog voor Eichman gewerkt. Zijn echte naam is Alois Brunner. Het komt er dus op neer, dat jij vannacht…”
Gerammel aan de deur. René keek geschrokken op en dook met een sprong onder het bed. Mevrouw Braam legde haar handen op haar schoot en nam een scheve houding aan. In de deur opening verscheen Lianne met een drankkar. Nog voor ze iets kon zeggen beval de oude vrouw het meisje haar een chocomelk te geven. Wat beduusd schonk ze het glas in en stopte er een rietje bij.
‘Moet ik u helpen met drinken mevrouw?’
‘Nee. Hoeft niet. Mijn dochter komt zo’, antwoordde Mevrouw Braam kortaf.
Met een geforceerde glimlach verdween Lianne naar de gang. De oude vrouw pakte het glas, nam een flinke slok en veegde snel de snor af die de drank achterliet. Vervolgens kwam René voorzichtig onder het bed vandaan. Hij zuchtte. ‘Goed, meneer De Blauw moet dus uit de weg geruimd worden en dat is jouw taak. Marlies zit op kamer 126. Zij zal met jou de kamer ingaan en geef jij hem het drankje, waarna hij snel zal komen te overlijden. Als je geen sporen achterlaat dan zal het gewoon op een hartstilstand lijken.’
‘Prima’, antwoordde mevrouw Braam, ‘Ik houd je op de hoogte’. René liep naar het raam en verdween binnen enkele seconden. Mevrouw Braam liet haar benen weer hangen en legde haar handen weer op haar schoot. Niet veel later ging de deur open en deze keer was het vierkante vrouw met de vraag of mevrouw Braam mee at. ‘Oh, we eten op haar kamer’, klonk het vanaf de gang.

‘Hoi, Petra’, begroette mevrouw Braam haar dochter nog altijd wat kil.
‘Hoi, mam. Hoe bevalt hier? Natuurlijk wel even wennen na je eigen huis? Maar goed, na die val van de trap een maand geleden kon je echt niet meer terug. Je kunt niks meer zelf nu. Echt vervelend, maar hopelijk maak je hier snel vrienden.’ Ze ratelde maar door terwijl ze allerlei lekkers uit haar tas haalde.
‘Mag ik nog antwoord geven, of hoe zit het?’ snauwde ze haar dochter toe.
‘Sorry mam, maar voor mij is het ook moeilijk om je zo te zien’, verzuchtte het jonge evenbeeld van mevrouw Braam.
Ze had zich goed uitgesloofd, die dochter van haar. Stukjes fruit, sandwiches met verschillend beleg en een vers gebakken cake. Mevrouw Braam moest dan ook moeite doen om niet op te staan en haar dochter op het einde een stevige knuffel te geven zoals ze vijf weken geleden nog deed.

Toen de nacht viel, stapte mevrouw Braam stil uit haar bed. Ze hield haar pyjama aan en duwde haar rolstoel naar de gang, waar ze Marlies trof. Ze ging in haar stoel zitten en de dames zetten hun tocht voort richting de kamer van meneer De Blauw en liepen recht op de vierkante verpleegster af.
‘Wat doen jullie hier?!’ riep de verpleegster uit. Marlies wandelde gewoon door terwijl mevrouw Braam vragend keek.
‘Lianne!’ riep ze terwijl ze verder door de gang slofte op haar paarse Crocs. ‘Mevrouw De Lang is weer aan het slaapwandelen met mevrouw Braam in haar stoel. Mijn dienst zit erop, dus handel jij dit maar af.’
Toen het stuk chagrijn uit het zicht was verdwenen, opende Marlies haar ogen en duwde de rolstoel snel naar de juiste kamer en ging mee naar binnen. Mevrouw Braam sprong uit haar stoel en viste een klein flesje onder het kussen van haar rolstoel vandaan. Ze opende voorzichtig de deur, sloop naar het bed en kneep de neus van de man dicht. Zijn mond ging open: geen tanden. Dit was meneer De Blauw niet. In paniek keek ze om zich heen, toen ze door een luidruchtige snurk ontdekte dat er nog iemand op de kamer lag. Op haar tenen liep ze naar de andere kant, waar de man al met zijn mond open lag te slapen. Mevrouw Braam opende het flesje en goot de inhoud in zijn mond. Hij slikte en kuchte een keer, waarna hij zich op zijn zij draaide en verder sliep. Ze controleerde of de andere man niet wakker was geworden en verliet de kamer. Eenmaal weer hangend in haar stoel, duwde Marlies haar naar de woonkamer, waar ze beiden aan tafel gingen zitten om vervolgens in slaap te vallen.

‘Mevrouw, ik heb u overal gezocht!’ klonk Lianne een uur later. ‘U hoort in bed te liggen en daarover gesproken hoe heeft Marlies u uit bed gekregen?’
‘Dat stekelvarken heeft me nooit naar bed gebracht!’ mopperde de oude vrouw.
‘Het spijt me mevrouw. Dan zullen we er maar voor zorgen dat u alsnog wat slaapt.’ De jonge vrouw duwde haar patiënte naar de slaapkamer toen ze op de schouder werd getikt door de kamergenoot van meneer De Blauw. ‘Meneer De Blauw ademt niet meer!’ hijgde hij in paniek. Lianne sprintte over de eerste verdieping van het bejaardentehuis. Intussen zag mevrouw Braam een man voor het raam verschijnen. Ze zwaaide het raam open en gooide het lege flesje in zijn handen, waarna hij net als de vorige keer spontaan verdween.

You may also like...

8 reacties

  1. Jenn schreef:

    Leuk geschreven!

  2. Marleen schreef:

    Leuk geschreven!

  3. Jenn schreef:

    Ik dacht al, ik heb dit eerder gelezen! Maar klopt dus :)

  4. Hans schreef:

    Wow! Dat smaakt naar een boek!

  5. Annelies schreef:

    Wat een leuk stuk!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.