De meest gemaakte fouten in manuscripten

Het schrijven van een boek lijkt misschien makkelijk, maar dat is het niet. Wil je een boek ook nog eens succesvol uitbrengen, dan maak je het jezelf nog iets moeilijker. Een goed manuscript afleveren is een enorme uitdaging, maar absoluut niet onmogelijk. Daarnaast zijn er redacteuren die je graag een handje helpen om je werk naar een nog hoger niveau te tillen. Als redacteur zie ik verschillende fouten regelmatig terugkomen. Ik deel ze graag met je, want dat scheelt toch weer in het herschrijven.

Geen pakkend begin

Het is heel verleidelijk om een manuscript langzaamaan op te bouwen. Je wilt tenslotte een goede basis voor het hele verhaal. En begrijp me niet verkeerd, want een goede opbouw is belangrijk, maar als je de lezer niet meteen pakt dan is er een grote kans dat deze je boek aan de kant legt. Daarnaast lezen uitgevers slechts het begin van de ingestuurde manuscripten. Boeit het verhaal niet meteen, dan ligt er een afwijzing in je mailbox. Pakt het verhaal wel meteen de interesse, dan is er een kans dat de uitgever meer wil lezen en wie weet ligt je boek daarna in de winkels.

Proloog

Maar hoe begin je een pakkend verhaal? Het is belangrijk de lezer zo nieuwsgierig te maken met het begin, dat het niet mogelijk is om het boek weg te leggen. Maak bijvoorbeeld gebruik van een proloog. Een proloog staat altijd aan het begin van het verhaal en kan verschillende functies hebben.

  1. Het geeft een introductie van de sfeer van het verhaal.
  2. Het laat iets zien vanuit het perspectief van een personage wat losstaat van de rest van het verhaal
  3. Het beschrijft een gebeurtenis in het verleden of in de toekomst van het verhaal, waardoor de lezer nieuwsgierig wordt naar wat er precies is gebeurd of gaat gebeuren.

In medias res

Een andere optie is om je manuscript niet aan het begin van het verhaal te laten beginnen, maar ergens in het midden of zelfs al wat verder richting het einde. Dit wordt ook wel in medias res genoemd. Zorg er wel voor dat het boek begint op een punt dat veel vragen oproept bij de lezer. Deze vragen kunnen (langzaamaan) worden beantwoord door het boek heen. Of maak gebruik van flashbacks die naast de beschrijving van het heden steeds een tipje van de sluier oplichten.

Show don’t tell

Tijdens het schrijven zijn we geneigd om alles te vertellen, maar een verhaal wordt veel boeiender als je het ook laat zien. Neem als voorbeeld: ‘Jan is boos.’ Nu weet de lezer dat Jan boos is, maar de lezer wil een verhaal ervaren. Het is belangrijk dat de lezer een beeld vormt tijdens het lezen, zodat het verhaal gaat leven. Neem bijvoorbeeld deze zin:

‘De aders bij Jans slapen werden steeds zichtbaarder. Zijn ogen spuwden nog net geen vuur, maar zijn handen vormden zich inmiddels tot vuisten.’

Balans

Door te laten zien wat er gebeurt, ontstaat het verhaal ook veel meer in het hoofd van de lezer. Je hoeft overigens niet alles te laten zien, want dan wordt het hoogstwaarschijnlijk een erg dik boek. Met de juiste balans tussen vertellen en laten zien stuur je als schrijver het verhaal, maar geef je de lezer de kans om er een eigen beeld bij te vormen.

Onzekerheid

Iedere schrijver is anders. De één blaakt van het zelfvertrouwen, de ander is constant bang dat het niet goed genoeg is. Ikzelf val onder de laatste categorie. En dat is de grootste fout die je kunt maken. Ik raad je overigens niet aan om arrogant te worden, want een beetje onzekerheid houdt je alert. Maar te veel onzekerheid staat je juist in de weg. Misschien durf je hierdoor op een bepaald punt niet verder te schrijven of heb je wel een manuscript afgeschreven, maar stuur je het niet naar een uitgeverij. En dat is zonde.

Stap eroverheen

Toen ik begon met bloggen vond ik het doodeng om mijn teksten met de hele wereld te delen. Ik vind het soms nog steeds spannend, maar het heeft me veel gebracht door het wel te doen. Uitgeverijen stuurden me recensie-exemplaren toe, ik werd uitgenodigd voor boekenpresentaties en ik mocht zelfs schrijvers interviewen. Dat wat ik schrijf niet goed genoeg is, zat dus alleen maar in mijn hoofd.

Jij hoeft niet altijd te bepalen wat goed of niet goed is

Een ander persoonlijk voorbeeld zijn mijn gedichten. Ik vond het doodeng om ze op Instagram te zetten, want ik had geen idee of mensen het überhaupt wel leuk zou vinden. In enkele maanden kreeg ik ruim 400 volgers en heel veel positieve reacties. Daarnaast kregen veel haiku’s waar ik zelf onzeker of niet tevreden over was de meeste likes. Het is dus niet altijd aan jou om te bepalen wat goed is en wat niet.

Afwisseling

Iets schrijven is anders dan iets lezen. Het is daarom belangrijk om af en toe te stoppen met schrijven en je tekst terug te lezen. Ik zie namelijk regelmatig dat er vijf zinnen achter elkaar met het woord ‘ik’ beginnen. Dit zorgt voor te veel  herhaling en hierdoor kan het saai worden. Dit geldt ook voor de afwisseling in de lengte van de zinnen. Het gebruik van alleen maar korte zinnen zorgt voor een eentonig leesritme en alleen maar lange zinnen zorgen voor langdradigheid. Het is dus belangrijk om af te wisselen. Hieronder een voorbeeld.

‘Ik loopt naar de supermarkt. Ik zie hier een leuke aanbieding. Ik wil hier gebruik van maken. Ik wil thuis lekker chocola eten. Ik houd van chocola. Ik koop iedere week wel een paar repen.’

Vergelijk het bovenstaande met de zinnen hieronder.

‘Ik loop naar de supermarkt, want er is een leuke aanbieding. Thuis nestel ik me regelmatig op de bank met een kop koffie en stukje chocolade. Het is dus nooit verkeerd om een aantal repen in de kast te hebben liggen, vooral niet als ik ze ook nog eens voor een mooi prijsje mee kan nemen.’

Balans

Een goed boek schrijven is een hele klus, maar absoluut niet onmogelijk. Een goed verhaal, een fijne schrijfstijl en een balans tussen alle onderdelen doen wonderen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.